Nunc dimittis (2026)

Het Nunc dimittis (Latijn voor: nu laat heengaan), ofwel de Lofzang van Simeon, is een hymne die Simeon heeft uitgesproken toen hij Jezus en zijn ouders in de tempel ontmoette. De tekst staat in het evangelie van Lucas 2,29-32. Het is tevens opgenomen in het orthodoxe verzamelboek Oden. Simeon had van de Heilige Geest de belofte gekregen, dat hij niet zou sterven, voordat hij de Messias had gezien. Op het moment dat hij Jezus in de tempel ziet gaat deze belofte in vervulling en heft hij de lofzang aan.

In de katholiek traditie wordt de Lofzang van Simeon gezongen net voor het afsluitende gebed van de completen, het laatste gebedsmoment het dagelijkse getijdengebed. Dit cantiek wordt elke dag voorafgegaan door dezelfde antifoon. Zowel het Magnificat(de lofzang van Maria) als de lofzang van Simeon worden gezongen of gezegd gedurende de Anglicaanse Evensong volgens het Book of Common Prayer. Maarten Luther schreef een koraal op de lofzang van Simeon. Veel componisten hebben deze tekst op muziek gezet, meestal gekoppeld aan het Magnificat. De Lutherse koraal werd door Johann Sebastian Bach verwerkt in de cantate Mit Fried und Freud ich fahr dahin (BWV 125). Tevens schreef Bach op dezelfde thematiek Ich habe genug (BWV 82).

De tekst komt uit Lucas 2,29-32, bekend als de Lofzang van Simeon. Zoalsa vaker wordt aan een gebed de Doxologie (Eer aan de Vader etc) toegevoegd in kortere of langere vorm. Hier heb ik gekozen voor de korte vorm.

LatijnNieuwe Bijbelvertaling
Nunc dimittis servum tuum, Domine,
secundum verbum tuum in pace:
Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan,
zoals u hebt beloofd.
Quia viderunt oculi mei salutare tuumWant met eigen ogen heb ik de redding gezien
Quod parasti ante faciem omnium populorum:die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken:
Lumen ad revelationem gentium,
et gloriam plebis tuae Israel.
een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen
en dat tot eer strekt van Israël, uw volk.
Doxologie
Gloria Patri et Filio et Spiritui SanctoEer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest.
Amen.Amen.

Het “Nunc dimittis” wordt in een drie-voudige aanroep gebracht met stijgende urgentie.

De bede wordt na de uitgesproken belofte nogmaals met meer aandrang en overgave herhaald.

Vol overtuiging wordt bezongen, dat de gevraagde redding met eigen ogen is gezien.

Hier wordt de verwachte redding breed uitgesponnen.

Het licht, dat niet alleen aan ons, maar ook aan alle mensen (de “heidenen”) zal worden geopenbaard.

Het gebed sluit af met de glorie aan het volk van Israel.

Dit is de verkorte vorm van het einde van een gebed.