L’Infinito (2021)

De muzikale zetting is beschikbaar voor koor a cappella en voor koor met begeleiding van fluit, hobo en klarinet.


De Dichter

Al op jeugdige leeftijd ontwikkelde hij een grote belangstelling voor de Klassieken, maar ook voor astronomie, geschiedenis en moderne talen. In deze tijd vertaalde hij al stukken van Vergilius en Homerus en dichtte zeer succesvol in het Latijn. In 1817 zou hij Geltrude Cassi Lazzari ontmoeten, een nichtje van zijn vader, voor wie hij heimelijk een liefde koesterde. Enkele jaren later verliet hij het ouderlijk huis om te verblijven in verschillende steden van Italië. Zijn gezondheid liet het hierbij vaak afweten. Een oogziekte en een algeheel zwak gestel plaagden hem tot aan zijn dood. Hij overleed in 1837 en werd begraven in de Sint Vitalis-kerk te Napels. Hier zouden grote inspanningen van zijn goede vriend Antonio Ranieri aan voorafgaan, omdat zijn stoffelijk overschot aanvankelijk in een publieke grafkuil zou worden gestort, in overeenstemming met het hygiënebeleid in verband met de heersende cholera. Later werd zijn zerk verplaatst naar het Parco Virgiliano bij Mergellina en tot nationaal monument verklaard.


Leopardi had uitgesproken opvattingen over literatuur en poëzie, die zich niet gemakkelijk laten invoegen in één bepaalde stroming. Hij meende dat de dichter het gevoelsleven moest uitdiepen en hierbij moest streven naar een melodieuze structuur. Centrale thema’s zijn de oneindigheid, angst voor de dood en melancholie. Deze typische elementen uit de Romantiek contrasteren met zijn visie dat literatuur juist een moraliserende en opvoedkundige taak heeft. Belangrijke werken zijn de dichtbundel Canti (Liederen), Operette morali en Zibaldone (verzameling gedachten en essays). Internationale bekendheid verwierf zijn gedicht L’infinito (Het oneindige).


Tekst en vertaling

L’InfinitoDe Oneindigheid
Giacomo LeopardiVert. Frans van Dooren
Sempre caro mi fu quest’ermo colle,
e questa siepe, che da tanta parte
dell’ultimo orizzonte il guardo esclude.
Ma sedendo e mirando, interminati 
spazi di là da quella, e sovrumani 
silenzi, e profondissima quiete
io nel pensier mi fingo; ove per poco 
il cor non si spaura. E come il vento
odo stormir tra queste piante, io quello 
infinito silenzio a questa voce 
vo comparando: e mi sovvien l’eterno,
e le morte stagioni, e la presente 
e viva, e il suon di lei. Così tra questa 
immensità s’annega il pensier mio:
e il naufragar m’è dolce in questo mare.
Steeds was mij deze eenzame heuvel lief
en deze heg, die aan zovele zijden
de verre horizon aan ’t oog onttrekt.
Telkens als ik hier zit, stel ik me erachter 
onmetelijke ruimten voor, en stilten 
die ’t menselijk begrip te boven gaan,
en peilloos diepe rust; waarbij ik soms 
bijna verstijf van angst. En als ik dan 
de wind door deze takken heen hoor waaien,
dan vergelijk ik die immense stilte 
met dit geruis: ik denk aan de eeuwigheid,
aan de afgestorven jaren, en aan dit 
dat leeft, en aan ’t geluid ervan. En zo 
verdrinkt mijn geest in eindeloze diepten,
en zoet is ’t mij in deze zee te zinken.

Het Gedicht

Hoewel het gedicht vaag en etherisch van samenstelling is, brengt het elementen van de filosofische en klassieke werelden over, de laatste zichtbaar in de selectie van het woord ermo, uit het oud-Grieks in plaats van een meer conventionele ‘solitario’ te gebruiken om de geïsoleerde ligging van deze heuvel weer te geven. . Deze personificatie van de natuurlijke omgeving is prominent aanwezig in het gedicht en is typerend voor een ander thema of beweging die vaak met Leopardi wordt geassocieerd; romantiek. Er is ook een scherp gevoel van sterfelijkheid in het hele gedicht, overgebracht in het sterven van seizoenen en verdrinken van gedachten, vergelijkbaar met Leopardi’s overtuiging dat hij niet lang zou leven, een overtuiging die werd bevestigd toen hij stierf toen hij slechts 38 jaar oud was.

Hiernaast zijn tweede handgeschreven versie. Er zijn nog kleine afwijkingen met de definitieve versie.


Analyse

De tekst filosofeert over de rust van de natuur, de vergezichten, en ook de onbestemde angsten, die daardoort kunnen worden opgewekt. Het stuk staat vrijwel geheel in C, hoewel het steeds aarzelt tussen majeur en mineur. Diverse andere toonsoorten worden aangeraakt, waardoor er voortdurend een zekere onbestemdheid in de muziek klinkt; het gaat ergens heen, maar misschien toch wel weer niet.

Sempre caro mi fu quest’ermo colle,

Het stuk begint met het lieflijke uitzicht op heuvel en heg, die echter de verre horizon aan het oog onttrekt.

dell’ultimo orizzonte il guardo esclude

De wijdte van de horizon en de heuvel wordt uitgedrukt met de stijgende lijnen in alle stemmen en de hoge lange noten van de sopranen.

e profondissima quiete

De diepe rust.wordt uitgedrukt door lange liggende noten met een kleine verschuiving.

e le morte stagioni,

De verwachting van de eeuwigheid wordt weergegeven door de zachte hoge ligging van de tenoren boven de bestendigheid van de bassen,

De dood spreekt uit duistere schuivende akkoorden. De terugkeer naar het leven verloopt langs stijgende lijnen.

e il naufragar m’è dolce in questo mare.

Het gedicht eindigt onbestemd in “eindeloze diepten”, die tegelijk aantrekken en afstoten. De muziek eindigt onbestemd met een open akkoord van een kleurloze kwint.


2021-05-15