Karawane (2016)


Achtergrond



Tekst


Analyse

Naast de 1e formant F1 is ook gekeken naar het interval met de 2e formant F2. Dit interval is een leidraad geweest bij het kiezen van intervallen en harmonieën op bepaalde klinkers.

Het spreekt vanzelf, dat deze uitgangspunten niet rigide zijn toegepast, maar slechts als leidraad bij het opzetten van de compositie hebben gediend.

Ondanks deze uitgangspunten hebben de afzonderlijke stemmen een redelijk tonale melodie. De resulterende harmonieën zijn echter zeer vrij. Niet verwonderlijk is, dat daarin veel groot septiem akkoorden voorkomen.

Wel is getracht de aansluitingen van de secties voor de zangers logisch te maken.

Het stuk begint met een half op toon gesproken titel Karawaneen een aarzelend jolifante. Het daaropvolgende triomfantelijke jolifante komt meerdere keren terug als spontane uitroepen. De zin Grossiga met pp glissando’s en een uitbarstend habla horem sluit hierop aan.

Hierop volgt een zangerig égiga goramen en gedecideerd bloiko russula huju, gevolgd door een vrolijk hollaka hollala. Een rustig blago bung en bosso fataka wordt opgefleurd door enkele jolifanto uitroepen, gevolgd door een zuchtend en donker schampa wula. De misterieus herhaalde verzuchtingen wululu ssubuduworden doorsneden door de jolifanto frase; eerst de buitenstemmen tegen de middenstemmen, daarna andersom.

Het stuk eindigt met een stijgende opbouw met de laatste woorden kusagauma ba-umf.