Canta la Gioia is een gedicht van de Italiaanse dichter Gabriele D’Annunzio (Pescara, 12 maart 1863 – Gardone Riviera, Cargnacco, 1 maart 1938). Het werk is een onderdeel uit de dichtbundel “Madrigali dell’Estate” (Madrigalen van de zomer).
Het gedicht is gezet voor gemengd koor a cappella.
De Dichter
D’Annunzio werd geboren in een rijke familie van landeigenaars. Zijn vader heette Francesco Rapagnetta. Op de leeftijd van 13 jaar werd Francesco door zijn oom Antonio D’Annunzio geadopteerd, waarna hij de familienaam D’Annunzio aannam. Gabriele liep school aan het lyceum Cicognini te Prato in Toscane. In 1879 publiceerde hij zijn eerste dichtbundel, Primo Vere genaamd. Om meer aandacht te krijgen voor zijn dichtbundel, zond hij naar een krant een fictief verhaal, waarin stond dat hij door een val van een paard overleden was.
Hij was een briljant student, las alles wat zijn leraren hem aanbevolen en zelfs meer. In 1881 schreef hij zich in aan de universiteit La Sapienza te Rome. Hij bleef in de hoofdstad wonen tot 1891. D’Annunzio probeerde zich van de massa te onderscheiden door te leven als een dandy. Wat betreft zijn kleding was hij zeer verzorgd en kieskeurig. Zo weigerde hij kleding te dragen die in Italië gemaakt was. In die tijd stond Franse of Britse mode hoger in aanzien dan de Italiaanse.
Hij werd in 1897 afgevaardigde in het Italiaanse parlement voor de conservatieven. Zijn verkwistende levenswijze met onbezonnen aankopen, zadelde hem met grote schulden op. Om aan zijn Italiaanse schuldeisers te ontkomen vertrok hij in 1910 naar Frankrijk.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog pleitte hij voor een Italiaanse deelname aan het conflict. In 1915 nam hij dienst in het Italiaanse leger. Hij werd gevechtspiloot.
Werken
Zijn eerste roman, Il piacere (1889) ontving goede kritieken. De hoofdfiguur Andrea Spirelli, een jonge aristocraat is gebaseerd op de auteur zelf. Eén van de meest opvallende gevolgen van d’Annunzio’s verschijnen in de literaire wereld was de creatie van een eigen d’annunziaans publiek, niet zozeer gevormd vanwege de inhoud van zijn werk, maar meer door de sterallures die de schrijver aannam. Door zijn gedrag dat aanleiding gaf tot schandalen, de cultus van het schone en zijn minachting voor burgerlijke waarden, hing rond hem een aura van fascinatie.
De romans van d’Annunzio waren van invloed op die van zijn landgenoot Malaparte. De tendens om zich te identificeren met de natuur die in de poëzie van d’Annunzio voorkomt, werd overgenomen door Salvatore Quasimodo. Naast zijn romans, novellen en poëzie, liet d’Annunzio ook politieke werken na en ongeveer 10.000 brieven.

Canta la Gioia
Het gedicht komt uit de bundel “Madrigali dell’Estate” (Madrigalen van de zomer) uit 1896. Het is geschreven in een techniek van de Versi endecasillabi (Hendcasyllabische verzen). Dat betekent onder meer, dat elke regel uit 11 lettergrepen bestaat. Het is een oude italiaanse techniek. Omdat in het italiaans lettergrepen en korte woorden wel of niet kunnen worden samengevoegd in één klank, laat het getal van 11 toch wel vrijheid. Hier maak ik trouwens in de muziek ook gebruik van.
Het gedicht bezingt de vreugde van het leven, van het sterk en jong zijn (d’esser forte, d’essere giovine, 2e couplet). Maar noemt ook de keerzijden, van pijn en rouw, maar wil daar vooral niet in blijven hangen (È un misero schiave, 6e couplet). Maar het is ook en vooral een ode aan de liefde en de geliefde, die we willen omhangen met bloemen (1e couplet) en met geurige kransen (8e couplet). Maar vooral is de vreugde de geweldige gever (magnifica donatrice, 1e couplet) en de onoverwinbare schepster van leven (invincibile creatice, laatste zin).
Tekst en vertaling
| Canta la Gioia | Zing de Vreugde |
|---|---|
| Canta la gioia! Io voglio cingerti di tutti i fiori perché tu celebri la gioia la gioia la gioia, questa magnifica donatrice! | Zing van vreugde! Ik wil je omringen, met alle bloemen, zodat je kunt vieren vreugde, vreugde, vreugde, deze geweldige gever! |
| Canta l’immensa gioia di vivere, d’esser forte, d’essere giovine, di mordere i frutti terrestri con saldi e bianchi denti voraci, | Zing de immense vreugde van het leven, van sterk zijn, van jong zijn, van het bijten in de vruchten van de aarde met vaste, witte tanden, gulzig, |
| di por le mani audaci e cupide su ogni dolce cosa tangibile, di tendere l’arco su ogni preda novella che il desìo miri | van het plaatsen van stoutmoedige handen, op elk zoet, tastbaar ding, van het spannen van de boog op elke nieuwe prooi die het verlangen aankijkt, |
| e di ascoltare tutte le musiche, e di guardare con occhi fiammei il volto divino del mondo come l’amante guarda l’amata, | en van het luisteren naar alle muziek, en van het staren met vlammende ogen, naar het goddelijke gelaat van de wereld zoals een geliefde naar zijn geliefde staart, |
| e di adorare ogni fuggevole forma, ogni segno vago, ogni immagine vanente, ogni grazia caduca, ogni apparenza ne l’ora breve. | en van het aanbidden van elke vluchtige vorm, elk vaag teken, elk beeld verdwenen, elke genade vergankelijk, elke verschijning in het korte uur. |
| Canta la gioia! Lungi da l’anima nostro il dolore, veste cinerea. È un misero schiave colui che del dolore fa la sua veste. | Zing de vreugde! Ver van de ziel onze pijn, asgrauwe mantel. Armzalig en slaafs is degene die rouwend in lijden en droefheid gehuld gaat. |
| A te la gioia, Ospite! Io voglio vestirti de la più rossa porpora s’io debba pur tingere il tuo bisso nel sangue de le mie vene. | Aan jou zij de vreugde! Wees welkom, geliefde! Ik wil jou omhangen met fonkelend purper, ook als ik jouw sneeuwwitte linnen in’t bloed van mijn kloppende aders moet dopen. |
| Di tutti fiori voglio cingerti trasfigurata perché tu celebri la gioia la gioia la gioia, questa invincibile creatrice! | Ik wil jou met geurige kransen omwinden, opdat je volledig verandert: verheerlijk de vreugde, de vreugde, de vreugde, die onoverwinbare schepster van leven! |
2026-09-19